Bijna alle peuters hebben platvoeten. Maar ook op de basisschool hebben veel kinderen nog platvoeten. Dat hoort bij de gewone ontwikkeling van de voet. Maar wanneer kun je er wel beter een arts naar laten kijken?
Wat zijn platvoeten?
Als je kind platvoeten heeft, kun je het holletje (de boog) onder de voet van je kind bijna of helemaal niet meer zien. Soms staan de enkels van je kind ook een beetje naar binnen geknikt. Dat komt doordat veel jonge kinderen X-benen hebben en het gewicht dus op de binnenkant van de enkels leunt.
Platvoeten verdwijnen meestal vanzelf als je kind wat ouder wordt en de benen rechter gaan staan. Platvoeten geven bijna nooit klachten bij kinderen.
Er zijn twee soorten platvoeten: soepele platvoeten en stugge platvoeten. Kun je het holletje onder de voet van je kind wel zien als je kind op schoot zit of op de tenen staat? Dan zijn het soepele platvoeten. Bij een stugge platvoet blijft de voet plat, ook als er geen gewicht op de voeten rust of je kind op zijn tenen staat. Deze soort platvoeten is vaak aangeboren.
Wanneer moet je iets doen aan platvoeten bij je kind?
Als je kind soepele platvoeten heeft, hoeft er niets te gebeuren. Het is normaal en gaat vanzelf over. Je kind heeft meestal geen speciale zooltjes of schoenen nodig. Je kunt je kind op blote voeten laten lopen op gras of zand. Dat is goed voor de ontwikkeling van de voeten. Zorg ook voor goede schoenen. Een stevige hiel geeft steun aan de enkel, zodat de voet bij X-benen minder naar binnen zakt.
Lees wat goede schoenen voor een peuter zijn.
- Heeft je kind pijn van de platvoeten? Dan kun je het bespreken met de jeugdarts of de huisarts. Meestal wacht de arts even af of de klachten vanzelf minder worden. Maar als de pijn blijft, kan de arts speciale zooltjes of een behandeling door de fysiotherapeut adviseren. Zooltjes veranderen de platvoeten niet, maar geven misschien wat steun.
- Is er geen holletje te zien als je kind op schoot zit of op zijn tenen staat? Dan heeft je kind misschien stugge platvoeten. Dan is het verstandig om de jeugdarts of huisarts naar de voeten van je kind te laten kijken. Het kan zijn dat je kind naar een kinderorthopeed moet voor verder onderzoek.

